Totaal aantal pageviews

maandag 20 maart 2017

geknield (21)

Zojuist heb ik het crematorium opgebeld om de afspraak om vrijdag Willeke's as op te halen af te zeggen. Wat ik ook bedacht, het voelde niet goed en aangezien ik kennelijk snel uit evenwicht te brengen ben (gisteravond ook om de haverklap in huilen uit zitten barsten) maak ik gebruik van de mogelijkheid de as nog een jaar te laten waar die is.

Ik denk dat de huilerigheid van gisteravond ook te maken had met mijn herlezen van artikelen over de (on)mogelijkheid van leven na de dood, waardoor ik dieper besefte dat zij écht weg is. Immers, mocht er toch een geestenwereld zijn, wat ik ook weer niet voor 100% uit kan sluiten, omdat je nu eenmaal niet alles kunt weten, dan is contact tussen die wereld en de onze volgens mij nog altijd onmogelijk. Willeke kijkt nìet over mijn schouder mee en ik ga me ook niet aan die illusie vastklampen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dan maar een potje huilen.
Het probleem met bijna-dood-ervaringen en andere uitredingen is de vraag op welke manier het onstoffelijk lichaam de stoffelijke wereld kan waarnemen. Afgaand op de verhalen over uittredingen, kan de persoon door materie heenzweven, door het eigen lichaam, door muren en ramen. Hij/zij maakt dus geen contact met materie. Toch worden er subtiele verschillen in de dichtheid van de gasmoleculen in de ruimte (geluid) waargenomen. Voor het waarnemen van verschillende golflengten licht (zien) geldt, iets gecompliceerder hetzelfde. Licht is (ook) materie.

In een reactie op een reactie van één van de artikelen die ik gisteren noemde verwoordt iemand goed mijn probleem mbt interactie tussen de stoffelijke en onstoffelijke wereld:

Ik weet nooit zo goed waar het nu eigenlijk over gaat als mensen het hebben over de “bekrompenheid” van het “materialistische geloof.”
Als een vermeende niet-materialistische aanwezigheid een effect wil hebben in onze gewone alledaagse werkelijkheid, dan zal het een signaal moeten afgeven. Het zal iets moeten laten zien, het zal geluid moeten maken of het zal een elektrische stroom moeten gaan veroorzaken. Dat impliceert dat zo’n niet-materialistische aanwezigheid zich dan moet gaan bedienen van heel materiële zaken als moleculen en energie (je zult wellicht bekend zijn met het feit dat ook energie een vorm van materie is volgens Einsteins E=mc^2). Kortom, als die niet-materialistische zaken niet-materialistisch blijven, dan zul je er nooit iets van merken en bestaan ze in wezen niet. En op het moment dat niet-materialistische zaken waarneembaar worden zijn ze materialistisch en houden ze op niet-materialistisch te zijn.
Als je iets in de werkelijkheid wilt bewerkstelligen dan zul je tegen moleculen aan moeten schoppen. En dat lukt alleen maar met heel materialistische materie. Het is me derhalve onduidelijk hoe dat “volgend paradigma” dat uitstijgt boven de “materialistische pretenties” er dan wel uit zal moeten gaan zien.

Met dat nieuwe “paradigma” gaat het in ieder geval niet om het gedachtengoed van Pim van Lommel. Pim van Lommel meent d.m.v. kwantummechanica inzicht te kunnen krijgen in zaken als geest, bewustzijn en spiritualiteit. De kwantummechanica beschrijft hoe deeltjes op atomair niveau met elkaar wisselwerken. Materialistischer dan dat kan het haast niet.


Ik ga dit uit mijn hoofd leren voor op verjaardagen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen