Posts weergeven met het label hersenen en muziek. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label hersenen en muziek. Alle posts weergeven

donderdag 13 november 2008

Musicofilia



Waarschijnlijk heb ik in één van mijn klassen een jongen met synesthesie. Nee, dat is geen ernstige aandoening. Althans praktisch niemand die dit van jongsaf heeft beschouwt het als iets waar hij/zij last van heeft, sterker nog: meestal is men verbaasd als men erachter komt dat de meeste mensen in hun omgeving géén, zoals in dit geval, kleuren zien als zij geluid horen.
In dit geval was mijn test maar summier, dus het zou nog kunnen zijn dat de jongen in kwestie een grote fantasie gecombineerd met een goed toongeheugen en gehoor (of misschien zelfs absoluut gehoor) heeft, maar het leek veelbelovend: ik vroeg de kinderen uit een groep 4, de ogen dicht te doen en te luisteren. Ik speelde een E op een metalofoon. Daarna vroeg ik wie er een kleur zag. Vier vingers gingen direct de lucht in. Ik vroeg hen naar de kleuren en speelde een andere toon (waarna ineens de hele klas de vinger op stak...)en vroeg weer naar de kleuren. Na een aantal verschillende tonen, ging ik tonen spelen die ik al eerder gespeeld had en alleen de jongen in kwestie zei steevast iets als "groen heeft u al gehad" of "dat was weer die goudachtige oranje" (let wel: hij is dus 8!).
Toen ik hem vroeg of hij bij een CD of de radio dan allerlei kleuren door elkaar zag, antwoordde hij bevestigend en voegde er aan toe dat hij thuis als hij zijn drumles aan het oefenen is en hij heeft geen zin meer, hij zomaar wat gaat drummen met zijn ogen dicht, want dan ziet hij allerlei mooie kleuren door elkaar bewegen.

Eigenlijk had ik zijn toon-kleur-combinaties moeten opschrijven en het over een aantal maanden weereens moeten testen en na een jaar nogeens. Dan zou ik zeker weten of hij een kleur-toon-synthesthesie heeft. In dat geval kan het zijn dat hij het zijn hele leven houdt, maar het kan ook in de puberteit verdwijnen. Hoe dat laatste komt weet men niet. Sowieso heeft men slechts vermoedens over hoe dit komt. Een aannemelijke theorie is, dat alle baby's in de eerste maanden moeite hebben met de zintuigen van elkaar te scheiden en dat zij dat geleidelijk leren, waarbij de groeiende hersenen verbindingen afbreken en andere nieuwe weer aanleggen. Bij sommige mensen lijken er wat van de oude verbindingen over te blijven.

Kenners raden het wellicht al, ik ben aan het lezen in: Musicofilia van Oliver Sacks. Een fantastisch boek: een aanrader voor muziekliefhebbers en een absolute "must" voor beroepsmusici en met name voor muziekdocenten. Wist u dat er mensen zijn met partiële toondoofheid. Sowieso blijkt toondoofheid vaker voor te komen dan ik dacht, maar dat er mensen zijn voor wie de hoogste twee octaven van een zuiver gestemde piano hartstikke vals klinken, of zelfs als tegen elkaar geslagen pannendeksels, daar had ik nog nooit van gehoord. Verontrustend is dat deze aandoening juist onder ouderwordende musici voorkomt, maar die spreken er zelden over, uit angst voor gezichtsverlies. Niets is zo status-gerelateerd onder muzikanten als de "scherpte" van het gehoor. Snobistische opmerkingen als "Deze piano is vàls, dat hoor jij toch zeker ook wel, hè?" heb ik al aardig wat keren gehoord.

Sowieso kunnen met gehoorverlies op hogere leeftijd bij mensen die hun hele leven intensief met muziek bezig zijn geweest de meest rare neurologische verschijnselen gepaard gaan, waarvan muzikale hallucinaties (een oncontroleerbare jukebox in je hoofd, die in de kamer naast je lijkt te staan.) het meest voorkomen. Het komt niet zo héél veel voor, maar toch ... Troost is dat met intensieve training dergelijke afwijkingen door de hersenen gecorrigeerd kunnen worden of enigszins onder controle te krijgen zijn.

Ik lees een dergelijk boek ook met de achterliggende vraag hoe ik met deze kennis mijn voordeel kan doen. Voorlopig ben ik er al achter dat ik nòg minder moet praten in de les en nòg veel meer moet musiceren met de kinderen op een uitdagend niveau: kijken waar bij een kind het plafond zit en hem/haar daar nèt overheen proberen te krijgen.
Bijkomend effect is, merk ik, dat je ongemotiveerde kinderen over de streep trekt door het bijvoorbeeld klassikaal oefenen van complexer-wordende body-music-patronen (in call-response-vorm in links-rechts-patronen met de handen op het lichaam slaan)



Overigens was er in die klas òòk een jongen die, eufemistisch uitgedrukt, niet echt uitblinkt in zingen, maar wèl erg zijn best doet. Bij het aansluitend zingen zag ik dat hij zijn ogen nog steeds ingespannen dicht had. Ik tikte hem op de schouder, waarna hij zijn ogen opendeed en met een serieus gezicht zei: "Volgens mij is het blauw of groen..."