donderdag 2 november 2017

De grote grijze vlek in het gras

Ik heb niet zoveel met de uitdrukking "het een plekje geven", ik vind "het stof (kunnen) laten neerdalen" een betere metafoor en mijn psychiater was het met me eens. Toch deed het verstrooien van de as aan het einde van de ochtend gisteren, in aanwezigheid van mijn broer en zijn vrouw (en natuurlijk teckel Jopie) wel wat in mij opwaaien, waarvan ik dacht dat het al neergedwarreld was. Ik was echter eerst behoorlijk rustig, wel wat afwezig, hoorde veel van wat er gezegd werd vooraf in het keurig vriendelijke meelevende gesprek op het sfeervolle kantoor niet en ook wees ik op de heen- en terugweg mijn broer die de auto bestuurde enkele keren de verkeerde kant op, op een mij overbekende route. Ik werd slechts héél even verdrietig toen de medewerker zei: "Als u het goed vindt dan ga ik nu de uitstrooi-urn halen. Realiseert u zich dat ik die straks dus hier op tafel zet? Dat is voor veel mensen een schokkend moment." Voor mij was die aankondiging de schok al. Op het ogenblik dat hij kwam, was het weer een handeling die moest gebeuren.

Het was nog een redelijk stuk lopen naar het park en ik had op het laatste moment besloten dat ik de chique urn met emmer-hengsel zelf zou dragen en dat ik ook de as zelf wilde verstrooien. Ik had me aanvankelijk voorgesteld dat ik dat zou laten doen door de uitvaartmedewerkers (ja, in mijn verbeelding waren het er meerdere, maar het is natuurlijk geen kist....) en dat ik er dan snikkend bij zou staan. Ik probeerde hem zo respectvol mogelijk te dragen, dus niet langs mijn zij, maar een beetje voor mij uit. Dat viel nog niet mee, want hij was zwaarder dan ik gedacht had: toch wel een kilo of twee, drie. Tijdens de wandeling fantaseerde ik dat ik Willeke vanuit de "emmer" kon horen: "zeg, schiet het nog een beetje op? Ik wil er uit! En niet zo wiebelen, alsjeblieft!"

Het uitstrooien zelf deed ik ook maar zoals het in me op kwam in kringels en achtjes. Uiteindelijk lag er een onregelmatige grijze vlek van 1 bij 3 meter met ongeveer de contouren van een acht. Waar de as teveel op een hoopje lag heb ik het nog een soort uitgewreven, waarbij het helemaal aan en om mijn handen kwam te plakken (menselijke as smaakt zout, wist je dat..? ging per ongeluk hoor, maar ik heb het later nog even geprobeerd om het zeker te weten...). Ik had de urn ook niet ver genoeg van mij afgehouden, zodat het ook een beetje op mijn schoenen zat, maar dat is allemaal niets in vergelijking met wat ik heb gehoord van vrienden die as vanaf een boot in een onstuimige Waddenzee probeerden te gooien... We pakten ook nog een blaadje op waar as op lag, om het te bestuderen: we meenden botschilfertjes te zien, denk aan schelpenzand.


En dan zit je nog even op dat bankje waar je zo mooi uitzicht hebt op de plek, je constateert samen dat de zon doorbreekt en dat het echt wel een hele mooie plek is en dan loop je wat-vliegt-de-tijd-het-is-toch-helemaal-niet-voor-te-stellen-dat-ze-er-niet-meer-is- keuvelend terug naar de auto, en dan eet je nog even fish en chips met zijn drieën, omdat ik daar ineens trek in had, praat over de afgelopen jaren, over de familie, hoe groot de meiden inmiddels zijn geworden, de oudste alweer bijna het huis uit... en dan zit je weer alleen thuis... en dan realiseer je je dat gewoon verder gaan met waar je gisteren mee bezig was er echt niet in zit. Dus... dan maar die koor-CD van Ray Davies opzetten , fb-bericht plaatsen: "ik ben niet van porcelein" ... hoewel...
Uiteindelijk werd ik zo onrustig en kon ik het verlangen om terug te fietsen naar die vreselijke grijze plek in dat grasveld in het park niet weerstaan. Ik moest. Ik wist dat het 'onzin' was, maar dat het tòch moest. Ik was nog niet klaar. Het klopte niet. Het moest inderdaad. Eenmaal daar, in mijn eentje, kon ik ook pas huilen. "Proberen het een plek te geven" voelde eerlijk gezegd toch wel een beetje van toepassing... Op de terugweg, het was inmiddels donker, was ik veel rustiger.
En ik hoop dat het nog een beetje gaat regenen de komende dagen en dat de plek snel weer groen is. "Ik weet wel, zij is dat niet meer" (vrij naar Kopland), maar het ligt daar zo open en bloot, zo kwetsbaar... Ja, om er nu met een bezem naar terug te gaan, om het verder uit te spreiden is ook zo wat... Dat is willeke-humor. Humor mag, was haar credo.

dinsdag 31 oktober 2017

maandag 30 oktober 2017